“Nee, dat kan niet. Dat moet jij echt niet doen.”
Ik had net een week geleden te horen gekregen dat mijn lijf gebaat was bij meer beweging. Correctie: bij beweging. Überhaupt. Er zat namelijk behalve het spelen in de speeltuin met mijn dochters niet veel meer beweging in. De auto was voor mij met recht een heilige koe en ik geloof dat spinnen meer ritjes op mijn fiets maakten dan ik.
Sinds een tijdje was ik mij bewust van de afwijking in mijn rug. Ik scheen een ernstige vorm van scoliose te hebben waarvoor ik ondertussen twee keer een week intern had gezeten in een kliniek in Zwolle. Gewapend met oefeningen die ik in mijn woonkamer kon doen, raakte ik steeds meer pijnvrij.
Maar het was er nog net niet. Mijn statische levensvorm was niet de allerbeste voor een krakkemikkige rug. Er moest en zou dus bewogen worden. En alles mocht. Behálve hardlopen.
Okee, dat was geen probleem. Dat had ik wel eens geprobeerd en dat was me niet zo bevallen. Dat stomme wegrennen van één plek om vervolgens een tijdje later bezweet en buiten adem weer op exact diezelfde plaats uit te komen, dat was niet helemaal mijn kopje thee. Dus om dat maar even helemaal uit te sluiten, besloot ik voor een klein rondje mijn hardloopschoenen aan te trekken.
Het rondje werd er eentje van een kilometer of zes en ik vond het zowaar een soort van leuk. Hm, dat was niet helemaal de bedoeling. Het zou vast niet beklijven. Nog maar eens, iets verderop in de week. En daarna nog eens. Het laatste restje rugpijn verdween en ik voelde me met de kilometer sterker worden.
Ik belde de kliniek voor overleg. Of, nou ja, overleg. Meer om ze mede te delen dat ik mijn sport gevonden had: hardlopen. Na een initiële afkeur, besloot de dokter in kwestie mee te veren met mijn vastberaden koppie. En ik moest hem beloven dat ik absoluut een andere sport zou zoeken als ik toch weer last kreeg.
Dat is nu een aantal jaren geleden en mijn speciale scoliose-oefeningen? Welke scoliose-oefeningen…?
