De ene voet voor de andere zetten met een zweefmoment. Zo heel lastig is de dynamiek van het hele hardlopen niet. Als kind sprint je van de ene kant van het schoolplein naar de andere, zit je elkaar achterna bij een spelletje tikkertje en sprint je op het sportveld met een hockeystick in je handen of achter een voetbal aan.
Ergens stoppen mensen met rennen. Er komt een moment dat we alleen nog rennen om een bus te halen. Of als we op elkaar afrennen in de aankomsthal van een vliegveld omdat we elkaar zo gemist hebben. Maar in het dagelijks leven verdwijnt rennen meer en meer naar de achtergrond.
Komt er een moment dat we gaan hardlopen, dan moeten we onszelf dat weer opnieuw aanleren, lijkt wel. We hebben geen gevoel voor tempo meer, gaan veel te hard van start en raken binnen no-time compleet buiten adem. Hoe doen die marathonlopers dat toch? En dan ook nog op snelheid?
Sneller worden? Vertraag!
Snelheid komt voort uit vertraging. Huh? Vertraging? Betekent dat niet juist “langzamer”? Yes. Klopt als een bus. Je spierstelsel bestaat namelijk uit allerlei soorten spieren. Je hebt de krachtige snelle spieren, die je gebruikt bij een sprintje. Daarnaast heb je langzame spiervezels, die duursport mogelijk maken. Hallo, marathon!
De langzame spiervezels vormen de basis, het fundament, van je hardlooplijf. Train je alleen of voornamelijk op kracht (lees: snelheid), dan mis je dat stuk fundament om op terug te vallen als het hardlooprondje net wat langer duurt dan gepland. Of in ieder geval langer dan je kracht kunt leveren met je snelle spiervezels.
Wanneer je een basis opbouwt van langzame loopjes en je daarnaast wat snelheidswerk toevoegt, word je over de hele linie een snellere en krachtigere loper. En nog een bijkomend voordeel: als je langzaam loopt, voelt het bij terugkeer bijna alsof je niets gedaan hebt. Zo blijf je heel en kun je met beleid uitbouwen in kilometers.
Dus: wil je verbeteren als hardloper? Doe dan meer langzamere loopjes! Tips voor slowrunning vind je hier.