Als je een 200 meter wedstrijd loopt, is het een kwestie van zo hard mogelijk weg op het startschot en zo hard mogelijk doorpushen tot het einde. Hoe anders is dat met langere afstanden waarbij het belangrijk is om niet in volle sprint weg te gaan. Sterker nog: hoe groter de afstanden, des te belangrijker wordt de wedstrijdstrategie.
Tempo vinden
Vol adrenaline in het startvak en vervolgens tussen een hele horde opgehypete medelopers willen de eerste meters nogal eens (veel) te hard gaan. Om je niet in dat eerste stuk helemaal op te blazen en je glycogeenvoorraden er doorheen te jagen, is het belangrijk om zo snel mogelijk op je doeltempo te lopen. Die eerste kilometer is vaak een soort waas, de tweede kun je jezelf herpakken en gebruik de derde om steady te lopen. Dan hoef je dat “alleen nog maar” de rest van de wedstrijd vol te houden.

Vlakke race
Een vlakke race loop je wanneer je kilometertijden over de gehele wedstrijd ongeveer gelijk liggen. Natuurlijk zullen er wel wat verschillen in zitten, maar over de hele linie loop je iedere kilometer in ongeveer hetzelfde tempo. Nog beter kun je dat terugzien in de 5k-splits, dus als je de tijd die je over iedere 5 kilometer doet, met elkaar vergelijkt. Pacers lopen een vlakke race.
Negatieve split
Een negatieve split wil zeggen dat je de tweede helft van je race sneller loopt dan de eerste. Je hebt dus voor het tweede gedeelte energie over. Zo vlieg je met een eindsprint over de finish. Om een negatieve split te kunnen lopen, is het belangrijk dat je je lijf goed kent. Ook de omstandigheden spelen een rol. Én je zult de discipline moeten opbrengen om je aan je wedstrijdstrategie te houden.
Positieve split of verval
Wanneer je de tweede helft van de race langzamer loopt dat de eerste helft, is er sprake van een positieve split, of verval. Je hebt mogelijk teveel gegeven in de eerste helft, of je hebt nog niet zoveel ervaring waardoor je te hard weg bent gegaan en het niet meer vol hebt kunnen houden. Ook kan het zijn dat de omstandigheden tegenwerken, bijvoorbeeld dat de temperatuur ineens oploopt.
Feit is, dat je over de eindstreep gekomen bent. Of je je wedstrijdstrategie nu wel of niet gaat analyseren achteraf, ga eerst je prestatie vieren! Dat heb je dubbel en dwars verdiend!
Leuk feitje: er wordt wel beweerd dat iedere seconde te snel per kilometer in het begin, je een minuut kost aan het einde van je loop. Of dat echt zo is, is lastig te bewijzen. Er spelen immers zoveel andere factoren mee. Toch is er een duidelijk verband tussen (te) snel starten en langzamer finishen dan gepland.
